Home / Diervoer / Zo maak jij een SUPER werkstuk

Zo maak jij een SUPER werkstuk

Misschien zie je er als een berg tegenop; een werkstuk maken. Maak je geen zorgen, met deze tips van Anna en Daan komt het helemaal goed met jou en je werkstuk!

Stap 1: Wat moet er allemaal in?

Om te beginnen is het handig om te weten wat er allemaal in je werkstuk moet komen. Als je daarvan een lijstje maakt, kun je alles stap voor stap gaan invullen. Dit moet er in je werkstuk komen:

  1. Een voorwoord
  2. Een inleiding
  3. De hoofdstukken
  4. Een nawoord
  5. Een literatuurlijst

Misschien heb je ook van jouw juf of meester een lijstje gekregen met hoeveel woorden je ongeveer moet gebruiken. Het is wel slim om je daar aan te houden, dan krijg je vast een goed cijfer!

Stap 2: Je voorwoord

In je voorwoord leg je uit waarom je dit onderwerp hebt gekozen en wat je ervan hoopt te leren.

Stap 3: De inleiding

Vertel hier in het kort waar alle hoofdstukken over gaan. Dit wordt dus een mini-samenvatting. Soms is het makkelijker om de inleiding pas aan het einde te schrijven. Dan weet je immers precies wat er in de hoofdstukken staat!

Stap 4: De hoofdstukken

Bedenk een goede titel voor elk hoofdstuk en schrijf daar een stukje over. Denk ook aan plaatjes en afbeeldingen. Let op een logische volgorde van de hoofdstukken. Een goede volgorde kan bijvoorbeeld een tijdlijn zijn, van de geboorte van een biggetje tot het karbonaadje op je bord. Je kunt ook alle aspecten van het leven van een dier nemen: eten, drinken, spelen en waar woont een dier?

Stap 5: Het nawoord

In het nawoord vertel je hoe je het vond om een werkstuk te maken. Was het makkelijk om informatie te vinden, op internet of in de bibliotheek? Als je samen met anderen het werkstuk maakte, hoe ging de samenwerking? Wat heb je geleerd?

Stap 6: De literatuurlijst

In de literatuurlijst leg je uit waar je alle informatie vandaan hebt gehaald. Schrijf van boeken de titel en de schrijver in je lijst. Van websites schrijf je op waar je de informatie hebt gevonden en zet je het webadres (URL) op de lijst.  Het webadres vind je bovenin je browser. 

Stap 7: Vormgeven

Ken je het gezegde ‘het oog wil ook wat’? Dat betekent dat een werkstuk wat er mooi uitziet meteen al punten scoort! Maak dus een mooie voorkant voor je werkstuk te maken. In ieder geval moet er op de voorkant staan: Het onderwerp, een plaatje of tekening, de naam van je school en jouw eigen naam. Kijk ook bij onze downloads voor mooie plaatjes!

Nog een paar tips….

  • Kies een onderwerp dat je leuk vindt. Dan heb je vast plezier in het maken van je werkstuk.
  • Maak eerst een woordweb van je onderwerp: schrijf alle woorden die je kunt verzinnen over het onderwerp op een blaadje. Dan heb je gelijk ideeën voor de hoofdstukken en kun je zien of er genoeg te vertellen over jouw onderwerp.
  • Je werkstuk moet minimaal drie hoofdstukken hebben, tenzij je juf of meester iets anders vraagt. Ieder hoofdstuk bestaat, met plaatjes en tekst, uit minstens 1 bladzijde (A4).
  • Denk aan tekeningen en plaatjes! Dan is je werkstuk leuk om naar te kijken.
  • Je kunt altijd je juf of meester om hulp vragen.
  • Schrijf niet alles zo over uit boeken of van het internet. Het is de bedoeling dat je alles in je eigen woorden opschrijft. Lees een stuk tekst en schrijf het daarna op alsof je het aan iemand verteld.
  • Lees alles wat je schrijft nog eens goed na. Is het duidelijk genoeg? Spring je niet van de hak op de tak? Vraag je vader, moeder, broer of zus om het ook eens door te lezen en let ook goed op de spelling.
  • Zorg dat je werkstuk er netjes uitziet.

 

Succes!

Spreekbeurt?

Wil je nu ook een super spreekbeurt houden over dit onderwerp? Kijk dan even bij de Bieb, onder "Downloads". Hier vind je hier hele mooie PowerPoint templates om je spreekbeurt op te maken.